Het is half tien ‘s avonds en ik zit in de auto naar huis. De thermometer geeft aan dat het nog steeds 34 graden is. De warmste dag ooit gemeten als je het nieuws mag geloven. Morgen wordt de warmste nacht ooit gemeten. Het zweet loopt letterlijk in straaltjes van mijn hoofd en mijn haar is drijfnat. Dat komt omdat ik zojuist zestien keer twee trappen op en neer ben gelopen om een schitterende Philips collectie te ontmantelen en in te laden. Dit was trouwens de tweede helft al, gisteren had ik met zestien op-en-neer wandelingen de eerste helft meegenomen. De zolder is nu leeg, klaar voor zijn volgende bestemming.
Een paar weken geleden belde hij me op. De heer van tachtig die ik al meer dan tien jaar ken. Toen hij met pensioen ging en zijn bedrijf verkocht, besloot hij zijn audio hobby weer op te pakken. Hij ging alles verzamelen dat hij vroeger had gehad of graag had willen hebben. Het begon met de 781 radioversterker uit 1968 die hij ooit nieuw kocht. En de 702 die enkele jaren later kwam. En de 752 die weer enkele jaren later kwam. Hij was een trouwe bezoeker van de Firato, de beroemde audiovisuele beurs die jaarlijks werd georganiseerd en waar fabrikanten hun nieuwste snufjes presenteerden. Hij vertelde over een drie meter hoge bandrecorder N4450 op die beurs, compleet met draaiende spoelen en werkende bedieningsorganen. Alles was de grote machine deed, deed een daadwerkelijk exemplaar dat ernaast stond, ook. Uiteraard heeft de heer ook een N4450 in zijn collectie. Compleet met afstandsbediening en originele Philips spoelen.
De heer is al jaren vaste klant. Hij heeft meerdere sets MFB luidsprekers bij ons gekocht, de eerste al toen ik nog thuis in mijn garage werkte, lang voordat de huidige winkel geopend werd. Veel apparaten op zijn zolder heb ik gereviseerd of in onderhoud gehad. Veel apparaten heeft hij zelf gerepareerd met onderdelen uit onze webshop. Talloze kabels heb ik voor hem gemaakt, want ook hier geldt: alles moet het doen. Met behulp van schakelkastjes is alles aangesloten en kan hij alles laten spelen zoals hij wil.
Maar toen de heer mij belde, was het niet om een reparatieafspraak te maken of om onderdelen te bestellen. Het was om te vragen of ik zijn hele collectie wilde kopen en of we een afspraak konden maken om dat te bespreken. Natuurlijk kon dat. Het zou een heftig gesprek worden. De heer kampt al enkele jaren met enkele nare gezondheidsproblemen. Dat beperkte hem wel, maar het belette hem niet om te genieten van zijn hobby. De laatste keer heb ik een reparatie bij hem thuis opgehaald en teruggebracht omdat hij het toestel zelf niet meer de trap op kon dragen.
Helaas had zich recent een grote tragedie voorgedaan binnen de familie. Een verlies dat de heer noodzaakte om enkele pittige keuzes te maken. Een van die keuzes was om per direct zijn gehele hobbyzolder op te ruimen. Alles moest in één keer opgehaald worden. En, wijzend op zijn draagbare zuurstofapparaat, hij kon zelf niet helpen. Hij had een bedrag in zijn hoofd en dat was voor ons beide een prima uitgangspunt. De afspraak was snel gemaakt en deze week stapte ik in de auto.
Terwijl de heer in zijn stoel zat en we spraken over koetjes en kalfjes, ontkoppelde ik alle apparaten. Kabels werden netjes opgerold en gingen in de tas die ik had meegebracht. Als een apparaat volledig los was, werd het netsnoer opgerold en werd het apparaat van de plank gehaald. Soms kwam ik bij een apparaat waar een anekdote aan hing. De 781 die hij nieuw kocht bijvoorbeeld, of de 212 platenspeler waar hij een nieuwe, dikke, aluminium bodem onder had gemaakt. Soms waren er aanwijzingen. “Die kabels lopen daar achterlangs naar het schakelkastje.” Of “de stekkers kunnen door dat gat in de hoek.” En soms waren er herinneringen. “Deze kamer was vroeger mijn kantoor. En daarvoor was het de kamer van mijn zoon.” Ik vraag hoe lang hij hier al woont. Al meer dan veertig jaar.
Beetje bij beetje wordt de hobbyzolder ontmanteld. Een stapel apparaten begint in de weg te staan en moet nu echt naar beneden. De twintig jaar oude Renault Modus verbaast mij niet meer qua laadruimte, maar de heer kan niet geloven hoeveel erin past. Na mijn bezoek drinken we samen nog een glas water in de huiskamer, waar een verrijdbare airco de boel bij elkaar schreeuwt terwijl hij de kamer een beetje koel probeert te houden.
Bij het vertrek schudden we elkaar de hand. De heer bedankt me voor mijn hulp. “Ik had niet geweten waar ik ermee naartoe had gemoeten.” Ik bedank hem ook voor het vertrouwen en wens hem veel sterkte. En tot ziens, want hij blijft altijd welkom.