Aristona, Erres en andere Philips dochters

Het is algemeen bekend dat Philips zijn apparatuur ook onder andere merknamen op de markt bracht. Aristona en Erres zijn bij iedereen wel bekend, maar ook minder bekende namen als Radiola, Pianola, Hornyphon en DUX waren plakkertjes die Philips graag op zijn producten plakte. Op deze pagina wordt aandacht besteed aan de achtergrond van deze – veelal ooit zelfstandige – bedrijven, die op gingen in het grote Philips concern.

Aristona

“Aristona” is de merknaam waaronder de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) rond de jaren ’30 begon met het exporteren van toestellen naar het buitenland. Men deed dit om verwarring te voorkomen met het Duitse NSF (Nürnberger Schraubenfabrik und Façondreherei). Ook wordt gespeculeerd dat de naam “Nederlandsche Seintoestellen Fabriek” commercieel niet slim was om de patriotische Belgische markt te kunnen bereiken. Er gaan geruchten dat Aristona in de jaren ’20 nog een zelfstandig Belgisch merk was en een franstalig reclamefilmpje uit de periode 1930-1939 wijst mogelijk ook in die richting. Zie ook: https://beeldengeluidwiki.nl/index.php/Cent_francs. Zekerheid hierover is er echter niet; ook is de betekenis van het woord “Aristona” niet bekend.

De Nederlandsche Seintoestellen Fabriek werd in 1918 opgericht in Hilversum en was gevestigd aan de Groest. Tot 1960 was de NSF de grootste radio- en zenderfabriek van Nederland. Tevens vond vanuit dit bedrijf op 21 juli 1923 de eerste reguliere Nederlandse radio-uitzending plaats, wat leidde tot de oprichting van de publieke omroepverenigingen en hun vestiging in Hilversum. Later produceerde de onderneming ook zenders en ontvangers voor de koopvaardij en radiotoestellen voor het publiek, en verrichtte daarnaast assemblage van Marconi-zenders en Philips-radiotoestellen voor consumenten. Vanwege de Eerste Wereldoorlog was de levering van zenders uit Engeland onregelmatig geworden, wat een extra aanzet voor de oprichting van de fabriek was. In het nabijgelegen Huizen richtte het bedrijf al snel een proefstation met twee grote en unieke draaibare houten torenantennes op, bekend onder de naam PHOHI (Philips Omroep Hollandsch Indië). Daarvan is een schaalmodel als monument opgericht op een rotonde in Huizen. De PHOHI was de basis voor wat later de Wereldomroep zou worden; deze is nog altijd in Hilversum gevestigd.
Na de oorlog nam Philips de fabriek over, en werd de naam gewijzigd in Philips Telecommunicatie Industrie (PTI). Klanten voor zenders waren er in de hele wereld, zoals Indonesië, Spanje, en het Vaticaan. In de vestiging Huizen, werd radarapparatuur en militaire communicatieapparatuur ontwikkeld. Terwijl de groei sterk doorzette en er tevens telefonieproducten zoals openbare en huis- en bedrijfscentrales (UR- en UV-systemen) en telexcentrales (DS-714) werden ontwikkeld. De eerste computergestuurde openbare centrale was de PRX-A, met een schakelnetwerk bestaande uit het reed-contact. Deze centrale werd een groot succes. Voor bedrijfstelefonie werden op basis van de PRX-techniek de EBX800-, en EBX8000-centrales ontwikkeld.

In de jaren 70 ging het bergafwaarts met de fabriek, die intussen ook een grote nevenvestiging in Huizen had gekregen. De laboratoria ontwikkelden steeds meer complexe apparatuur. De R&D-kosten werden echter steeds hoger waardoor Philips in 1983 een joint venture met AT&T aanging voor het ontwikkelen van volledig digitale centrales voor het openbare net en transmissieapparatuur, wat later de naam Lucent Technologies kreeg. De grote digitale telefooncentrale ‘5ESS’ van AT&T werd de basis voor verdere ontwikkelingen. Huis- en bedrijfstelefonie bleven in handen van Philips, wat nu de joint venture NEC Philips is. De afbouw van PTI was mede het gevolg dat Philips zich wilde concentreren op kernactiviteiten; openbare telefonie, transmissie en grote zenders vielen daar niet onder. De oude bakstenen fabriek in Hilversum met zijn karakteristieke schoorsteen werd afgebroken, en in de plaats ervan kwam een winkelcentrum met woningen. De nieuwe fabriek in Huizen staat goeddeels leeg.

DUX

Om maar direct met de verwarring in huis te vallen; in de jaren 1930 kende Scandinavië twee radiofabrikanten met de naam DUX. In Finland was een bedrijf actief met de naam Radiostores DUX, dat sinds 1924 radio’s bouwde. Dit gebeurde in een fabriek die in 1924 werd gebouwd onder de naam “Oy Fenno Radio AB”. In 1935 werd het Belgische Siera NV grootaandeelhouder in de fabriek en in 1943 werd een volledig nieuwe fabriek gebouwd in Helsinki. In 1955 veranderde de naam in “Oy Terate AB Televisio Radio Tehdas” en in 1961 werd Philips de belangrijkste aandeelhouder in deze DUX fabriek. In 1974 werd het bedrijf volledig door Philips overgenomen en in 1981 werd de productie van de fabriek stilgelegd.

In 1926 werd in Stockholm, Zweden het bedrijf “DUX Telefon og Radiofabriks” opgericht door Hilding Ljungfeldt. Dit bedrijf, ook bekend onder de naam “DUX Radio AB” produceerde in de beginjaren vele kristalontvangers en later ook buizenradio’s met 1 tot 5 buizen. In 1934 werd het bedrijf verkocht aan Philips. Vanaf 1940 worden de DUX radio’s, televisietoestellen en audioapparatuur geproduceerd in de Philips fabriek in Norrköping. De verkoopafdeling bleef in Stockholm. De productie van radio’s en audioapparatuur werd in 1979 stopgezet.

Gedurende de jaren 1970 was de fabriek in Norrköping een belangrijke fabriek voor Philips. Veel Philips platenspelers en combinaties zijn in Zweden gemaakt. Ook werden Philips MFB boxen onder de naam DUX verkocht, in een net iets ander jasje net als de Aristona broertjes.

ERRES

De merknaam “Erres” is afgeleid van de initialen van Rafaël Samuel Stokvis die in 1849 in Rotterdam de Technische Handelsmaatschappij R.S. Stokvis & Zonen oprichtte. De activiteiten van de handelsmaatschappij waren zeer divers en liepen uiteen van smeermiddelen tot consumentenproducten als rijwielen en bromfietsen. Voor de afzet en service ontwikkelde Stokvis in de loop van de 20ste eeuw een landelijk net van vestigingen met magazijnen, met daarnaast een aantal regiokantoren. Het bedrijf (met het hoofdkantoor te Rotterdam) telde in de jaren ’50 twintig handelsafdelingen. Stokvis verwierf ook grote belangen in vele industriële ondernemingen. Onder andere EMI, Indola, en ASW van het merk Fasto (= F(rederik)A(ndré) Sto(kvis) waren Stokvisbedrijven. De beroemde Solex werd gebouwd bij Van der Heem, ook een Stokvisbedrijf. Daarnaast fabriceerden of importeerden ze diverse (brom)fietsmerken, zoals Amstel, RAP en Puch en ook fietsmerk Kroon. Daarmee had Stokvis zich tot een conglomeraat ontwikkeld. Voor mechanica en motortechniek had Stokvis inmiddels ruim voldoende expertise in huis. Voor elektronica echter was men nog steeds afhankelijk van externe bedrijven.

Een grote rol in de elektronische ontwikkeling van R.S. Stokvis werd gespeeld door het Haagsche Van der Heem & Bloemsma. Deze kleinschalige firma werd opgericht door de twee broers P.H.J. van der Heem en L.W. van der Heem en ingenieur J. Bloemsma. Aanleiding tot de oprichting van het bedrijf was de succesvolle hobby van L.W. van der Heem en zijn zoon tot het bouwen van radiotoestellen. De productie vond aanvankelijk plaats in het schuurtje achter de woning van Van der Heem maar al snel werd het naburige pand aangekocht en ingericht als fabriek. De radiotoestellen worden verkocht onder de merknaam H & B (Heem en Bloemsma). Op de IRTA (Internationale Radio Tentoonstelling Amsterdam) in 1926 maken de heren Van der Heem en Bloemsma kennis met R.S. Stokvis en Zonen uit Rotterdam en dit contact leidt tot een vruchtbare samenwerking. Stokvis was geïnteresseerd in het verkopen van radiotoestellen met eigen merknaam en in 1928 wordt een contract afgesloten voor het leveren van 300 radiotoestellen van het merk “Erres”, naar de initialen van R.S. Stokvis. Deze grote order zorgt aanvankelijk voor grote leveringsproblemen, maar al snel blijkt dat door slim organisatietalent de daardoor ontstane moeilijkheden snel kunnen worden opgelost.

Eind 1929 wordt het bedrijf omgezet in een naamloze vennootschap “NV voorheen radiofabriek en Ingenieursbureau van der Heem & Bloemsma”. De aandelen komen voor 25% in handen van de familie van der Heem en voor 25% in handen van R.S. Stokvis & Zonen NV en Philips NV, voorheen slechts onderdelenleverancier van Stokvis en Van der Heem, koopt 50% van de aandelen. In ruil voor deze 50% krijgt van der Heem vrij gebruik van alle radio octrooien, maar verplicht zich uitsluitend radiolampen van Philips in de radio’s te gebruiken. Het aandeel van Philips wordt in 1935 teruggekocht door beide andere aandeelhouders, de familie van der Heem en R.S. Stokvis & Zonen NV, die daarna ieder 50 % van de aandelen bezitten. In 1939 verlaat ingenieur J. Bloemsma het bedrijf. De naam wordt veranderd naar “Van der Heem NV”. Van der Heem NV. is in 1955 het eerste bedrijf in Nederland met een eigen ondernemingsraad. Vanaf 1 januari 1961 wordt er op zaterdag niet meer in de bedrijven gewerkt. In 1961 werken er 2.750 man personeel bij het bedrijf. In 1965 zijn dat er 3.500. Op de Firato 1963 werd door de Fa. R.S. Stokvis en Zonen de eerste bandrecorder gepresenteerd. Oorspronkelijk is dit een apparaat van de Oostenrijkse firma Stuzzi, dat in Nederland in licentie werd geassembleerd door Van der Heem met Stuzzi onderdelen. Uiteraard werd het daarna van een ERRES naamplaatje voorzien.

De opkomst van lagelonenlanden, de opkomst van wereldwijde productie, met name vanuit Japan, de sterk toenemende loonkosten in Nederland, de revaluatie van de gulden en de verlaging van invoerrechten door de EEG, zorgen voor geduchte prijsconcurrentie op de Nederlandse markt. Samenwerken met andere wordt noodzakelijk. Na een korte samenwerking met Indola NV uit Rijswijk (IndoHeem) worden de bedrijven en de merknaam Erres, in maart 1966, precies veertig jaar na de oprichting, verkocht aan Philips. Philips heeft nog een aantal jaren producten verkocht onder de merknaam Erres. Meer informatie over de geschiedenis van Stokvis en Van der Heem vind je op de interessante, uitgebreide websites www.vanderheem.com en www.vanderheem.info.

Hornyphon

Hornyphon en WIRAG hebben twee dingen met elkaar gemeen: ze vinden beide hun oorsprong in het Oostenrijkse Wenen én ze zijn beide als zelfstandig bedrijf ooit in handen gekomen van Philips. In 1923 begon de Oostenrijkse ingenieur Friedrich Horny met het fabriceren van radiotoestellen. Een jaar later, in 1924, richtte hij het bedrijf Vindobona Radio GMBH op, waar hij naast actieve en passieve elektronica-componenten ook radio’s fabriceerde onder de merknaam Horny. Het bedrijf groeide uit tot nationale marktleider en ook had Horny diverse patenten op zijn naam staan. In 1927 registreerde Horny de merknaam Hornyphon en werden alle producten onder die naam verkocht. Rond diezelfde tijd sloot Horny een deal met het Nederlandse Philips. Hierbij werd afgesproken dat Hornyphon zou stoppen met het produceren van radiobuizen en in plaats daarvan uitsluitend Philips buizen zou inkopen. In ruil daarvoor mocht Horny gebruik maken van diverse Philips patenten. Dankzij deze kans maakte het bedrijf een stormachtige groei door en werden toekomstplannen gemaakt die het budget van het bedrijf ver te buiten gingen. In 1936 verkocht Friedrich Horny het gehele bedrijf aan Philips. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het bedrijf gedwongen over te stappen op bewapeningsorders. In 1944 brandde de gehele fabriek af en in 1945 overleed Friedrich Horny. In de jaren zestig waren de Horny Werke de grootste radio- en televisiefabrikant van Oostenrijk, voordat ze in 1971 werden samengevoegd tot de Österreichische Philips-Industrie-Fabrikations GmbH.

In 1929 richtte Eduard Schrack, een Oostenrijkse pionier op het gebied van radioproductie, zijn bedrijf Radiowerke E Schrack AG op. Hij kocht hiervoor de voormalige Zeiss fabriek voor de productie van radiobuizen en radio apparatuur. In 1939 kocht Philips, dat al langer aandeelhouder was, het bedrijf en het voortaan Wiener Radiowerke AG heten. Vanaf 1940 werden fijnmechanische instrumenten voor de scheeps- en vliegtuigbouw geproduceerd. In die tijd maakte het bedrijf ook gebruik van dwangarbeiders , die onder meer werden gehuisvest in een buitenlanderskamp voor vrouwen bij de Wiener Radiowerke. Na 1945 werden er weer radiobuizen geproduceerd. In 1947 werd op deze locatie de eerste Philips-bandrecorder geproduceerd en in 1964 de eerste videorecorder; radiorecorders volgden in de jaren zeventig. De Oostenrijkers bleken meesters in het ontwerpen en fabriceren van zeer degelijke en precieze mechanica, iets dat voor deze toestellen zeer goed van pas kwam. Onder andere de legendarische bandrecorder N4520 is in Wenen ontworpen en geproduceerd. Philips toestellen uit de WIRAG fabriek dragen het opschrift “Made in Austria” en het serienummer begint met WR. Tussen 1985 en 1987 werd de productie in Wenen stopgezet en verplaatst. Het WIRAG terrein is tegenwoordig eigendom van het Oostenrijkse leger.
In tegenstelling tot wat men zou denken, heeft de Engelse vertaling van de naam Horny nooit voor problemen gezorgd in exportlanden; de producten van Horny waren juist enorm populair bij Britten die internationaal waren gestationeerd om te werken in de gekoloniseerde gebieden. In tegenstelling tot hun Britse concurrenten waren de Horny toestellen gebouwd met standaard componenten en waren ze eenvoudiger te repareren in de diverse uithoeken van de wereld. Daarnaast was het afstembereik ook groter dan dat van de concurrentie en bleken de toestellen uitstekend bestand tegen het vochtige tropische klimaat dankzij de betere kwaliteit van met name de passieve componenten.

Siera

Veel Philips dochterbedrijven zijn door overname in Philips bezit gekomen. De geschiedenis van Siera echter, lijkt een heel andere, mysterieuze geschiedenis te hebben. Siera lijkt al vanaf de oprichting een Philips-onderdeel te zijn. De volgende informatie is een samenvatting van een zeer uitgebreid artikel dat is geschreven door Gidi Verheijen en dat geheel kan worden gedownload via deze link.

In 1932 werd in Brussel de S.A. S.I.E.R.A. (Société Independante pour l’Exportation d’Articles de Radio) opgericht. Een van de oprichters was Elkan Broekman, een Philips medewerker die eerder al bedrijfsleider van Philips in Duitsland was en in Parijs de Philips-dochter Mullard had opgericht. Ook de overige oprichters van Siera hadden op één of andere manier een directe of indirecte band met Philips. Een jaar later werd de Nederlandse NV Siera Radio in Venlo opgericht. Eén van de aandeelhouders was de directeur van Pope, ook een Philips dochterbedrijf. Alhoewel de Belgische Philips fabriek in Leuven al sinds 1929 actief was, werden daar pas vanaf 1934 of 1935 Siera toestellen gemaakt. Daarvoor werden de Siera toestellen gemaakt door Van Der Heem in Den Haag die in die tijd ook de ERRES radio’s bouwde voor Stokvis.
De vanaf 1934 door Philips gebouwde Siera radiotoestellen hebben exact dezelfde typeplaatjes als die van Philips dochters Mediator en Jura (Zwitserland), Mullard en Tenor (Frankrijk), Castilla (Spanje) en Kosmos (Polen). Daarnaast lijken de Castilla en Kosmos radiotoestellen als twee druppels water op de Siera toestellen. Dezelfde typeplaatjes gebruikte Philips tijdens de tweede wereldoorlog voor radiotoestellen die voor minstens zeventien merken werden gebouwd, waaronder Blaupunkt, Brandt, Braun, Eumig en Graetz.

Voor het oprichten van SA Siera in 1932 was kapitaal nodig, dat werd verstrekt door de Zwitserse Société Banque Suisse in Zurich. Door deze kapitaalverstrekking verkrijgt de bank tevens het merendeel van de aandelen en dus zeggenschap in handen. In 1936 wordt de naam veranderd van “Siera SA” naar “Siera Radio SA”. Omdat niet openbaar is wie de aandeelhouders zijn, wordt ook niet duidelijk wanneer Philips het merendeel of zelfs alle aandelen in handen krijgt. Vermoedelijk gebeurt dit ergens tussen 1937 en 1939. In 1937 wordt J. Braun de nieuwe directeur van Siera Radio SA. Opvallend is dat hij op dat moment ook al directeur is van Pope in Venlo en Siera Radio in Venlo, allebei Philips dochters. In 1940 wordt het kantoor van Siera Radio NV van Venlo naar Den Haag verplaatst. In Den Haag zijn wel meer Philips submerken gevestigd. De onderneming bestaat nog steeds onder de naam Siera Elektronics BV maar heeft geen functie meer.
In de jaren zestig en zeventig komen Siera Hi-Fi toestellen, net als Aristona en Erres, uit de fabriek in Leuven. Het typenummer wordt iets verbasterd, bijvoorbeeld door er SX voor te zetten. Bij Aristona is dit vaak AR en bij Erres RS. De serienummers beginnen echter allemaal met PL dat Philips Leuven aanduidt als productie locatie.

2 gedachten over “Aristona, Erres en andere Philips dochters”

  1. Zeer leuk dit alles nog eens te lezen. Ik heb bij een transport bedrijf gewerkt in Den Haag en heb jaren voor Philips gereden eerst PTI en later APT. Van Philips aan de Fruitweg/Televisiestraat. Magazijnen aan de Maanweg en Poeldijk later in Delft naast de NKF kabelfabriek. We transporteerde rekken en materialen voor de telefoon centrales in Nederland. Eerst nog materiaal voor mechanische centrales en later voor digitale centrales. PRX , EBX en 5 ESS het komt me allemaal nog bekent voor. Philips had ook eigen montage ploegen voor opbouw van centrales. Waarvan ik veel mensen heb gekent. Het was een fijne tijd en prima werk. Nostalgie.

    • Wat een leuk verhaal, hartelijk dank voor je reactie! Philips was destijds inderdaad behoorlijk groot in de telefooncentrale-business, dat is nu helaas ook allemaal verleden tijd. Op het forum zitten diverse (oud) monteurs die destijds deze centrales ook nog hebben geplaatst en onderhouden. Nostalgie! Hartelijke groeten, Thomas.

Reacties zijn gesloten.